Vanaf de tweede helft van de 18e eeuw begint de abdij van Cluny, net als veel andere abdijen,
met de herbouw van zijn kloostergebouwen.
Er komen nieuw aangelegde tuinen, brede galerijen en monumentale trappen.
In 1741 treedt Jean Julien in als lekenbroeder (frère convers lais) van de abdij
en gaat verder door het leven als frère Placide.
Placide zou een van de laatste benedictijnse monniken van de eens zo machtige abdij van Cluny worden.
Het siersmeedwerk van Placide verfraait de abdij, de abdijkerk, het Hôtel-Dieu van Cluny
en enkele huizen in de stad Cluny.
Zijn beroemdste werk is de monumentale trapleuning in de abdij,
een werk dat we gelukkig nog steeds kunnen bewonderen,
het heeft de val van de abdij overleefd.
Jean Julien
Op 14 mei 1714 wordt Jean Julien geboren in Mondragon, in het departement Vaucluse. Hij is de zoon van Jean-Étienne Julien en Marie Lacroix.
In 1741 treedt hij als lekenbroeder in bij de abdij van Cluny. Bij zijn kloostergeloften neemt hij de naam Placide aan, afgeleid van het Latijnse Placidus, dat ‘kalm’ of ‘rustig’ betekent. Nog datzelfde jaar, op 23 december, stelt hij een testament op ten gunste van zijn moeder.
Als lekenbroeder is Placide geen priester. In de abdij houdt hij zich vooral bezig met handarbeid en ambachtelijk werk. Hij wordt slotenmaker en smid, en zijn werkplaats bevindt zich in de abdijtuinen, ten noordoosten van de apsis van de grote abdijkerk. Op oude kaarten is de plaats van deze werkplaats nog altijd terug te vinden. Vanuit deze smidse vervaardigt hij sloten, sleutels en sierlijk smeedwerk voor de abdij.
Frère Placide lijkt niet helemaal te hebben voldaan aan het beeld van de strenge, ingetogen monnik. Tijdgenoten beschrijven hem eerder als een levensgenieter. In 1780 schrijft de schilder uit Cluny Pierre-Paul Prud’hon in een brief aan baron de Joursanvault, die had geklaagd dat Placide zijn sleutels niet afleverde:
“Broeder Placide is een slechterik. Ik ben niet verrast; hij behoort niet tot het monastieke ras. Ik heb hem honderd keer gezegd dat hij je sleutels moet maken, maar die man heeft nooit tijd. Hij heeft zeker wel tijd om je wijn te drinken!”
De brief geeft een zeldzaam en levendig inkijkje in het karakter van de ambachtsman. Blijkbaar stond Placide niet alleen bekend om zijn vakmanschap, maar ook om zijn voorkeur voor een goed glas wijn.
Op 7 oktober 1791 richt frère Placide een petitie aan de directie van het departement Saône-et-Loire. Hij is dan 77 jaar oud en inmiddels ziek. Hij vraagt om dezelfde vergoeding te ontvangen als de andere monniken, die tussen de 900 en 1.200 pond krijgen, terwijl hij slechts 500 pond ontvangt. Als argument voert hij niet alleen zijn ziekte aan, maar ook de ‘immense werken die hij in deze abdij heeft verricht’. De waarde daarvan schat hij zelf op meer dan 120.000 pond.
Frère Placide blijft zijn hele leven verbonden aan de abdij van Cluny. Hij overlijdt er op 1 februari 1803, bijna negentig jaar oud. Zijn werk is nog altijd op verschillende plaatsen in en rond de abdij terug te vinden en vormt een van de tastbare herinneringen aan de laatste grote bloeiperiode van het klooster, vlak vóór de Franse Revolutie.
Het werk van Placide, een ware kunstenaar
Frère Placide is een bijzonder getalenteerde vakman, kenmerkend voor zijn werk zijn reliëf en vergulde of geverfde delen.
In de stad Cluny zijn nog steeds kunstwerken van zijn hand terug te vinden, zoals de trapleuning in het Maison des Échevins (het huis van de schepen) aan de Rue de la Barre, een hekwerk in het abbatiale palais Jaques d’Amboise, en vele elementen van het Hôtel-de-Dieu.
Maar met name de abdij wordt verfraaid met zijn werken. Met zijn meesterschap creëert hij in de tweede helft van de 18e eeuw trapleuningen en smeedijzeren balkons, binnen-hekwerk, smeedwerk van de bassins van de monnikengootsteen en veel elementen van liturgisch meubilair in de abdij van Cluny. Daarnaast was hij van belang voor de slotenmakerij van de abdij. Het is de tijd dat abt Athose de prior van de Cluny is.
In 1750 creëert Placide één van zijn grootste meesterwerken, het grote smeedijzeren balkon op de gevel van het hoofdgebouw, dat Dom Dathoze liet bouwen.
het meesterwerk van Placide
In de abdij is zijn trapleuning het meest in het oog springend,
ontworpen als een patio waarrond een trap omhoog gaat met zeer fraai uitgevoerd siersmeedwerk.
Deze imposante trap leidt naar de eerste etage waar de cellen van de monniken gelegen waren,
en nu de studenten van de Académie gehuisvest zijn,
is door Placide in 1750 gecreëerd.
verkoop van goederen en materialen van de abdij
In 1798 wordt naast de verkoop van de abdij en de abdijde kerk in vier willekeurige percelen, begonnen met de verkoop van overig onroerend goed, waaronder de verkoop van het voormalige atelier van frère Placide. Op 7 april wordt begonnen met de sloop van het interieur van de smederij. Deze historische plek gaat dan de werkplaats van de tuinman worden.
De neven van frère Placide
Frère Placide is niet de enige slotenmaker en siersmid in zijn familie. In 1767-1768 verschijnen in de rekeningen van de abdij van Cluny voor het eerst de namen van zijn twee neven Étienne Jullien en Joseph Julien. De twee broers hebben zich als slotenmakers in Cluny gevestigd en zijn, net als hun oom, bekwaam in het siersmeedwerk. Vanuit hun werkplaats voerden zij opdrachten uit voor de abdij, maar ook voor andere opdrachtgevers, waaronder het Château de Boutavent.
Étienne Jullien, de zoon van Antoine Jullien en Marie Augier, werd rond 1734 geboren. Zijn vader, die al vóór 1761 was overleden, was eveneens slotenmaker. De familie was afkomstig uit Mondragon, in de Vaucluse, de streek waar ook frère Placide was geboren.
Op 2 juni 1761 trouwt Étienne in Cluny met Catherine Chervet. Het echtpaar krijgt verschillende kinderen. Étienne en zijn broer Joseph wonen later aan de Rue du Merle, met één huis tussen hun woningen in. De plek komt tegenwoordig overeen met nummer 33 en een deel van nummer 37.
Hôtel-Dieu van Cluny
Cluny heeft sinds 1674 een eigen hospitaal, het Hôtel-Dieu. In de kleine kapel van dit Hôtel-Dieu zien we opmerkelijke meubels die oorspronkelijk uit de abdij van Cluny komen, zoals het altaar, de paaskandelaar en de tabernakel. Al deze meubels zijn toegeschreven aan frère Placide.
Wil je meer lezen over het Hôtel-Dieu van Cluny? Je kunt dit oude hospitaal overigens nog steeds bezoeken, je mag er zomaar binnenlopen.
meer lezen over de abdij van Cluny op zuidbourgogne.nl:
De abdij van Cluny, het machtigste klooster van de Middeleeuwen
Een duizend jaar oud mysterie in de abdijtuinen
Chapelle Jean de Bourbon in de abdij van Cluny
Odo, de tweede abt van Cluny
Abt Odo van Cluny, grondlegger van de muzieknotatie
Frère Placide, de siersmid van de abdij
Chapelle des Moines in Berzé-la-Ville
bronnen
La reconstruction de lábbaye de cluny au XVIIIe siecle; Centre d’Etudes clunisiennes
Cluny en 200 questions-réponses; Gérard Thélier
Un jour, Cluny; FB
www.lejsl.com
meest recente blogs op zuidbourgogne.nl
Op ontdekkingstocht door CLUNY III
De wijnoogst van 2026: vroeg, droog en veelbelovend
Van abdij naar paardenstal: de geschiedenis van de stallen van Cluny
Saint-Quentin in Bray: de kerk waar een schat gevonden is
Cluny, 11 augustus 1944: strijd, bombardement en bevrijding
Lys: een dorp van kunst en ambacht
Chevalier d’Éon: deel 2
Chevalier d’Éon: de Bourgondiër die een heel continent wist te misleiden
Berzé-le-Châtel: de stenen schildwacht van Cluny
De man die alles wilde begrijpen: Leonardo da Vinci in Lab71 in Dompierre-les-Ormes
Een kosmisch duel tekent het landschap van Zuid-Bourgondië