Mâcon is een kleine stad in het uiterste zuiden van de Bourgogne, gelegen aan de oevers van de Saône, .
Een verrassende stad op het grensgebied tussen de heuvelachtige wijnregio’s van de Beaujolais en de Mâconnais.
Met zijn kleurrijke gevels aan de kade, middeleeuwse straten, uitnodigende pleinen en verborgen binnenplaatsen
vormt Mâcon een aantrekkelijke bestemming voor wie op zoek is naar cultuur, geschiedenis en gastronomie.
Deze meest zuidelijke stad van de Bourgogne heeft een eeuwenlange relatie met de rivier de Saône,
die haar ontstaan, economie en karakter heeft gevormd.
Ooit bekend als de Gallische nederzetting Matisco,
groeit Mâcon tijdens de Romeinse tijd uit tot een belangrijk knooppunt van land- en waterwegen.
In de Middeleeuwen is Mâcon een centrum van tolheffing en regionale macht, en kent het periodes van bloei en verwoesting.
Tijdens de Franse Revolutie en de daaropvolgende industrialisatie bloeit de stad opnieuw op.
De herinneringen aan deze rijke geschiedenis zijn nog steeds zichtbaar in de architectuur, monumenten en bruggen van de stad.
Naast haar historische betekenis is Mâcon ook de geboorteplaats
van de beroemde dichter en politicus Alphonse de Lamartine, wiens aanwezigheid nog altijd voelbaar is.
Een wandeling langs de Quai Lamartine en de Esplanade Lamartine
voert je langs monumenten, poëzie en panorama’s, met de stromende Saône aan je zijde.
De twee indrukwekkende kathedralen Saint-Vincent en Saint-Pierre maken de stad tot een bezienswaardigheid.
Tussen Mâcon en Cluny kun je een prachtige route fietsen over de Voie bleue en de Voie verte.
Geschiedenis van Mâcon
Al in de 3e eeuw voor Christus ontstaat aan de oevers van de Saône de nederzetting Matisco.
Tijdens de Romeinse verovering van Gallië, het gebied wordt dan bewoond door de Keltische stam Haedui, richten de Romeinen hier een legerkamp in. In deze Romeinse tijd ontstaat de stad als een kruispunt van verbindingswegen over land en water.
Steden als Lyon, Mâcon, Tournus, Chalon-sur-Saône en Dijon liggen aan de Via Agrippa, aan de rivier de Sâone, op gelijkmatige afstanden van elkaar. Romeinse legers trokken hierlangs naar het noorden. Een soldaat kon per dag ongeveer 25 km marcheren. Dus elke 25 km bouden de Romeinen een legerplaats, een versterkt fort, een Castrum Romanum. Op strategische plaatsen, waar later moderne steden verrijzen.
In de 6e eeuw veroveren de Franken deze regio. In 536 wordt Mâcon een bisschopszetel en in 585 vindt de Tweede Synode van Mâcon plaats. Een synode op initiatief van koning Gontran van Bourgondië en met de bisschop van Lyon, Priscus, als voorzitter.
In de Middeleeuwen is Mâcon het centrum van het graafschap Mâcon, dat hoort bij het hertogdom Bourgondië.
Mâcon komt tot bloei
Mâcon komt, net als veel andere aan een rivier gelegen steden, in de Middeleeuwen tot bloei. Dit mede dankzij de door de stad ingevoerde tolrechten. Tijdens de Honderdjarige oorlog (1337-1453) wordt een groot deel van Mâcon verwoest.
Tot in de 17e eeuw worden tolgelden geheven en gebruikt voor het onderhoud van de brug. IJzeren kettingen tussen de bogen gespannen verhinderen de doorvaart van schepen die het tolgeld niet betalen. Deze tolgelden werden ‘droit de chaînes’ genoemd, ‘het recht van de kettingen’.
Mâcon ligt dan op de grens van het Franse Koninkrijk en Duitse Rijk, het ‘Heilige Roomse Rijk’. Door de brug Saint-Laurent is er communicatie tussen het koninkrijk Frankrijk en het Roomse rijk en kan er handel gedreven worden.
Tussen de 16e en 18e eeuw breidt de stad zich uit en worden veel huizen langs de kades van de rivier gebouwd. In 1790 wordt Mâcon de hoofdstad van het departement Saône-et-Loire.
De Saône wordt een belangrijke communicatieroute die zelfs door de koningen gebruikt wordt om zich te verplaatsen. Zo stopt Lodewijk XIII verschillende keren in Mâcon tijdens zijn reizen tussen Mâcon en Lyon. In 1629 trotseert hij hiervoor zelfs de razende watervloed.
19e eeuw
In de 19e eeuw ontwikkelt het riviertransport zich snel, dit maakt het mogelijk om onder andere de Mâconnais wijnen naar de andere Franse provincies te verschepen. Deze route wordt eveneens gebruikt om de steenkool uit de mijnen van Blanzy (ten noorden van Montceau-les-Mines) te transporteren. Ook voor het transport van hout gebruikt men de rivier, er worden meren aangelegd om dit transport te verbeteren.
In 1839 varen hier de eerste twee ijzeren boten, deze zijn gemaakt in de staalfabriek van Chalon-sur-Saône. Rond 1840 wordt de Saône jaarlijks bevaren door zo’n tienduizend vrachtboten. Deze periode gaat gepaard met technologische ontwikkelingen: de houten boten die de rivier oversteken worden vervangen; stoomnavigatie gaat wijdverbreid worden.
Het reizen per passagiersboten wordt populair. Er varen al zeventien passagiersboten op de Saône, die bijna 450.000 passagiers per jaar vervoeren. De komst van de spoorlijn maakt een einde aan het grootschalig gebruik van de passagiersboten (bron: Bourgogne Magazine 1996).
Tijdens de Tweede Wereldoorlog is Mâcon een centrum van het verzet (La Resistance), het is de eerste stad in de “vrije” zone tussen Parijs en Lyon.
Van Mâcon naar Australië per watervliegtuig
Het is moeilijk voor te stellen als je nu langs de Saône wandelt, maar aan het einde van de jaren dertig konden hier zomaar enorme watervliegtuigen landen. Mâcon was toen een tussenstop op een internationale luchtverbinding van de Britse luchtvaartmaatschappij Imperial Airways, die vanuit Southampton naar bestemmingen in Afrika, India en Australië vloog. De Saône diende daarbij als landingsbaan.
De keuze voor Mâcon was geen toeval. De rivier is hier breed, recht en relatief rustig en vormde daardoor een geschikte plek voor de grote watervliegtuigen. Aan de kade van Le Breuil, bij het Bassin des Championnats, werd een kleine hydrobase ingericht. Aan de Mâconse oever konden passagiers aan en van boord gaan; aan de overkant, bij Saint-Laurent, konden de toestellen worden afgemeerd. Er kwamen voorzieningen voor brandstof, douane en onderhoud.
Aanvankelijk was Chalon-sur-Saône als tussenstop voorzien. Mâcon wist de Britse luchtvaartmaatschappij echter voor zich te winnen. Daarbij speelde ook het gerenommeerde Hôtel d’Europe et d’Angleterre een rol. De Britse reizigers konden er tijdens hun tussenstop eten of overnachten. Zo werd een bezoek aan Mâcon onderdeel van een reis die uiteindelijk naar de andere kant van de wereld kon voeren.
De eerste proefvlucht vond plaats in de winter van 1937, toen de Saône hoog stond. Niet lang daarna verschenen de indrukwekkende Short Empire-vliegboten regelmatig boven Mâcon. Deze viermotorige toestellen waren speciaal ontworpen voor langeafstandsroutes en konden tientallen passagiers vervoeren. Vanuit Engeland vlogen ze via Frankrijk en het Middellandse Zeegebied verder richting het Britse rijk. Voor de inwoners van Mâcon moet het een spectaculair gezicht zijn geweest: een enorm vliegtuig dat niet op een vliegveld, maar midden op de Saône neerstreek.
De verbinding hield echter maar kort stand. Met het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog kwam er een einde aan de commerciële vluchten. De hydrobase verloor haar functie en verdween uiteindelijk uit het stadsbeeld.
Toeristische bezienswaardigheden in Mâcon
Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste bezienswaardigheden in Mâcon, die je individueel kunt bezoeken of samen via de uitgezette stadswandeling. Buiten het centrum heeft Mâcon niet veel te bieden.
- Quai Lamartine & Esplanade Lamartine
Een levendige wandelkade met uitzicht op de rivier en het stadje Saint-Laurent-sur-Saône aan de overzijde. Ideaal voor een drankje of diner met uitzicht. Hier vind je het standbeeld van Alphonse de Lamartineen in de stenen zijn dichtregels van hem gegraveerd. - Pont Saint-Laurent
Deze iconische brug over de Saône stamt uit de middeleeuwen en biedt een prachtig uitzicht over Mâcon. In de avond is hij sfeervol verlicht. De brug heeft een dramatische geschiedenis, onder meer uit de tijd van de godsdienstoorlogen en de Tweede Wereldoorlog. - Hôtel de Ville (stadhuis)
Een elegant gebouw uit de 18e eeuw, sinds 1792 het stadhuis van Mâcon. Oorspronkelijk een privéherenhuis met een prachtige theaterzaal, nu een historisch monument. - Hôtel-Dieu
Een voormalig ziekenhuis gebouwd in de 18e eeuw door architect Soufflot. Alleen te bezoeken tijdens de Europese Monumentendagen, maar zeker de moeite waard om van buiten te bekijken. - Maison de Bois
Het oudste huis van Mâcon, geheel uit hout opgetrokken en rijkelijk versierd met gesneden figuren. Gelegen aan de hoek van Rue Dombey. - de grote kerken van Mâcon
– Vieux Saint-Vincent: resten van de oude kathedraal met torens en museum.
– église Saint-Pierre: neoromaanse kerk met imposante torens, gelegen bij het stadhuis.
– kathedraal Saint-Vincent: gebouwd op een oude Romeinse tempel, met fraaie gebrandschilderde ramen. - Hôtel Senecé
- Bureau de poste en panoramaterras
- Musée des Urselines
stadswandeling
Wil je Mâcon te voet ontdekken, volg dan het Tracé de la Plume. De route is herkenbaar aan de kleine bronzen veren in de straat en voert je langs de belangrijkste monumenten en bijzondere plekken van het historische centrum. De wandeling is een eerbetoon aan de dichter en schrijver Alphonse de Lamartine, die in Mâcon werd geboren. Onderweg vertellen informatiepanelen meer over de gebouwen en hun geschiedenis. De route vormt een lus van ongeveer één tot twee uur en brengt je langs maar liefst 28 bezienswaardigheden.
Bij het Office de Tourisme van Mâcon aan de Place Saint-Pierre kun je een plattegrond van de stad en informatie over de route krijgen. Je kunt het Tracé de la Plume bovendien volgen met een gratis mobiele app, die onderweg extra informatie geeft.
Een rit met het treintje door de stad biedt niet veel interessants en de Nederlandse vertaling is soms moeilijk te volgen.
parkeren in Mâcon
In parkeergarage Lamartine aan de Quai Lamartine kun je goed en voordelig parkeren en boven gekomen loop je zo het stadscentrum in.
1. Esplanade Lamartine
In het wandelgebied Esplanade Lamartine staan dichtregels van deze grote dichter in de stenen van het trottoir gegraveerd. Dit deel van de kade krijgt na de Eerste Wereldoorlog de naam Quai Lamartine. In de zomer vinden hier veel evenementen zoals de wijnfeesten van Mâcon, plaats.
Dominerend over de Quai Lamartine staat de dichter zelf als standbeeld vereeuwigd. Op een tableau lees je in verschillende talen de eerste dichtregels van één van Lamartines bekendste gedichten Le Lac.
2. Pont Saint-Laurent Mâcon
Lang voordat de stad de naam Mâcon krijgt, is op deze plaats al een doorwaadbare plaats in de Saône.
Tijdens de verovering van Gallië bouwen de Romeinse legioenen een houten brug. Deze brug wordt pas in de 11e eeuw vervangen door een stenen brug met zes bogen, het is de oudste brug over de Saône.
Het vermoeden is dat de eerste brug loopt tot het midden van de rivier en men vervolgens de Saône verder moet doorwaden. De eerste vermelding van de brug stamt uit 1077.
In 1221 laat bisschop Aymond de brug versterken en plaatst deze onder bescherming van Saint-Nicolas, de patroonheilige van de schippers. In het midden van de brug was een kleine kapel, gewijd aan Saint-Nicolas.
Een overstroming in 1423 spoelt de derde boog weg en moeten verschillende palen de brug ondersteunen. In de tweede helft van de 15e eeuw wordt de Saint-Laurent verlengd met zes nieuwe bogen om de loop van de Saône naar Bresse om te leiden, dit om de overstromingen die de stad teisteren te verminderen. De brug krijgt een lengte van 215 meter, met twaalf bogen en maakt het mogelijk de gehele rivier over te steken.
Deze pont Saint-Laurent verbindt nu de stad Mâcon met het stadje Saint-Laurent-sur-Saône en het departement Ain.
Tijdens de godsdienstoorlogen vinden bij deze rivier verschrikkelijke gebeurtenissen plaats.
De gouverneur van Mâcon, Guillaume de Saint-Point, jaagt gevangen genomen Hugenoten de rivier in en velen van hen verdrinken. Guillaume de Saint-Point is een gewelddadige en wrede ‘seigneur’ van Saint-Point. Hij is fel gekant tegen alle personen die beschuldigd of verdacht worden van het protestantisme. Guillaume laat de gevangenen genomen Hugenoten vanaf de bruggen in de Saône springen. Voor hem is het de attractie geworden die hij aan het einde van de maaltijden laat plaatsvinden. Hij nodigt de dames van de stad uit en vraagt hen om te beoordelen welke van de Hugenoten de lichtste en meest alert is tijdens zijn val.
Wanneer in de tweede helft van de 18e eeuw de stadpoorten verdwijnen, worden in 1787 aan het westelijke uiteinde van de brug twee ’tourelles de l’ octroi’ gebouwd, bedoeld voor de inning van de gemeentelijke belasting. Een van deze torentjes was bestemd als wachthuis, de ander om de portier te huisvesten. Ze worden in 1930 afgebroken tijdens werkzaamheden aan de ingang van de brug.
Beschadigingen van de brug Saint-Laurent
In de Tweede Wereldoorlog worden veel bruggen, zoals de brug in Tournus, vernietigd door Duitse troepen. Om de opmars van de geallieerden te vertragen, probeert het Duitse leger in september 1944 ook de Saint-Laurent in Mâcon te vernietigen. Dit is gelukkig niet gelukt, wel raakt een boog van de brug beschadigd omdat een van de pijlers werd opgeblazen.
Op 19 augustus 1944 werpt verzetsstrijder Maurice Chevrolat zich vanaf de top van de 5e boog om aan zijn executie te ontkomen. Een gedenkplaat herinnert hieraan.
In de jaren zeventig vaart het schip ‘La Renaissance’ tegen een van de in de oorlog beschadigde pijlers waardoor de brug bijna in de Saône stort. Tussen 1983 en 1988 worden daarom grote restauratiewerken uitgevoerd en zijn de houten palen waarop de pijlers steunen verstevigd met beton..
Vanaf de pont Saint-Laurent heb je een mooi uitzicht op de oude stad en herken je de kenmerkende torens van de drie kathedralen. In de avond is de brug sfeervol verlicht en zie je hem prachtig weerspiegeld in de Saône. In 1987 wordt deze brug een ‘Monument Historique’.
Saint-Laurent-sur-Saône
Vanaf de Quai Lamartine geeft Mâcon zicht op het aan de andere over van de Saône gelegen Saint-Laurent-sur-Saône. Aangezien de Saône de grens is van het departement Saône-et-Loire ligt Saint-Laurent-sur-Saône in een ander departement, namelijk Ain. Saint-Laurent-sur-Saône is de kleinste stad in dit departement. Het gemeentelijk grondgebied is zo klein dat veel woningen in dit stadje op het grondgebied van buurgemeenten staan.
De eerste verwijzing naar Saint-Laurent-sur-Saône dateert van het jaar 888 en staat beschreven in het cartularium van Saint-Vincent-lès-Mâcon onder de naam Sancii Laurentii. In 1194 heet het dorp Sancto Laurentio.
Na de ondertekening van de wapenstilstand van 22 juni 1940 ligt dit stadje in ‘la zone libre de l’ État français’. Van tot de zomer van 1944 is het onder Duitse bezetting.
Bij overstromingen van de rivieren lopen veel van de huizen deels onder. Omdat bij een hoge waterstand veel boten niet meer onder de bogen van de pont Saint-Laurent door konden varen, is in het begin van de jaren ’80 een kanaal gegraven om Saint-Laurent-sur-Saône heen. Hiermee werd het stadje een eiland dat met bruggen verbonden is met Mâcon en in het oosten met de stad Bourg-en-Bresse.
3. Hôtel de Ville Mâcon
Tussen 1746 en 1751 bouwt Abel-Michel Chesnard de Layé het immense herenhuis hôtel Montrevel. Zestien jaar later koopt de veertiende en laatste graaf van Montrevel, Florent-Alexandre-Melchior de La Baume het huis voor 75.000 livres en verfraait het door twee vleugels toe te voegen. Hij laat de grote zaal van de Comédie (nu de zaal van de gemeenteraad) bouwen, met daarin een parterre, een orkest en een podium omringd door twee rijen loges.
Op 8 maart 1793 koopt de stad Mâcon het voor 162.500 livres van de eigenaar en maakte er het stadhuis van en als zodanig wordt het nog steeds gebruikt door de stad Mâcon.
In 1880 laat François Martin, burgemeester van Mâcon, twee andere vleugels bouwen, aan de kant van de Rue Carnot. De binnenplaats die nu ontstaat, kijkt uit op de Place Saint-Pierre. Het stadhuis is sinds 1941 een ‘Monument Historique’.
4. Hôtel-Dieu Mâcon
Dit voormalige ziekenhuis wordt in 1761 door de beroemde architect van Louis XV Jacques Germain Soufflot, zijn leerling uit Lyon Melchior Munet en de Mâconnais Michel Minoya gebouwd. Het valt op door zijn indrukwekkende breedte en hoogte van de koepel. Hieronder bevonden zich een kapel en een apotheek met elementen uit het Louis XV-tijdperk. In een decor van 18e-eeuws houtwerk staat een bijzondere verzameling apotheekpotten, waarvan sommige waarschijnlijk afkomstig zijn uit de faiencefabriek Rey, opgericht in Mâcon in de 18e eeuw.
5. Maison de Bois
Dit houten huis vind je op de hoek van de Rue Dombey en de Place aux Herbes. Het is tussen 1490 en 1510 gebouwd en is het oudste en ongetwijfeld het beroemdste huis van Mâcon. De bijzondere gevel is gebouwd van hout en bevat een veelheid aan houtsnijwerk waaronder in de balken allerlei opvallende figuren. Mensen met maskers, apen en mytische wezens komen in allerlei gedaanten voorbij.
In het Maison de Bois is nu een restaurant gevestigd.
6. De grote kerken van Mâcon
Le vieux Saint-Vincent
Mâcon heeft twee Saint-Vincent kathedralen: de oorspronkelijke kathedraal, de Vieux Saint-Vincent en de nieuwe Saint-Vincent. De oude kathedraal stamt al uit de 6e eeuw.
De Vieux Saint-Vincent aan de Rue des Ursulines wordt in de 10e en 16e eeuw herhaaldelijk geteisterd door branden.
Vandaag de dag zie je nog de restanten van de toegangspoort en twee torens overeind. In de entree is een museum gevestigd. Op sommige dagen is een van de torens te beklimmen en heb je een geweldig uitzicht op Mâcon en de Mâconnais.
Wanneer aan een nieuwe kathedraal ook de naam Saint-Vincent gegeven wordt, krijgt de oude kathedraal een toevoeging aan zijn naam en gaat de Vieux Saint-Vincent heten. Lees hier meer over de Vieux Saint-Vincent.
kathedraal Saint-Pierre
In 1860 verrijst in het quartier van het Hôtel de Ville, de Église Saint-Pierre. Een neoromaanse kerk met een gevel van drie verdiepingen. De drie tympanen boven de toegangsdeuren zijn zeer de moeite waard om even bij stil te staan. Een van deze tympanen verbeeldt Het Laatste Oordeel. Dominant zijn de twee klokkentorens met een hoge spits, die je bijna vanuit heel Mâcon kunt ontwaren. Lees meer over de kathedraal Saint-Pierre.
kathedraal Saint-Vincent
Deze Saint-Vincent wordt gebouwd als vervanging van de gotische Vieux Saint-Vincent die tijdens de Franse Revolutie is vernietigd. Hij is gebouwd op de plaats van een van de oudste kerken van Mâcon, de collegiale kerk Saint-Pierre die aan het eind van de 18e eeuw is verwoest. Nog eerder stond op deze plaats een Romeinse tempel.
Het is een kerk in neoclassicistische stijl en het interieur is verrassend licht en kleurrijk. Twee grote vierkanten torens domineren het gezicht van de kerk. De Saint-Vincent is mede bekend vanwege de begrafenis van Alphonse de Lamartine op 4 maart 1869. Lees meer over de kathedraal Saint-Vincent.
7. Hôtel Senecé
Gebouwd in het begin van de 18e eeuw door de familie Delaporte de Marnay komt het enkele tientallen jaren later in het bezit van Jean Salomon Bernard de Chatenay, seigneur van Senecé. In de daarop volgende eeuw is Jean Etienne de seigneur van Senecé en hij laat de binnenplaats omheinen en een halfronde boog optrekken boven de toegangspoort. Hij duidt zijn eigendom voortaan aan met de naam Hôtel Senecé.
In 1896 wordt Hôtel Senecé eigendom en hoofdkantoor van de Académie de Mâcon.
Op woensdag kun je met een rondleiding mee door dit imposante gebouw (6€ per persoon).
8. Bureau de poste met bovenin een panoramaterras
Op de hoek van de Rue Victor-Hugo en de Rue Georges-Lecomte staat het opvallende Hôtel des Postes, een ontwerp van de Parijse architect Jules Lavirotte.
Het eclectische gebouw werd tussen 1911 en 1914 gebouwd en was oorspronkelijk bedoeld voor Oran of Algiers in Frans-Algerije. De koloniale autoriteiten konden echter niet instemmen met het ontwerp, waarna het gebouw in Mâcon terechtkwam en kort voor de Eerste Wereldoorlog als postkantoor werd geopend.
Lavirotte combineerde verschillende stijlelementen: boven de bogen en kapitelen is de gevel rijk versierd met onder meer motieven van dadelpalmen, terwijl ook twee herdenkingsplaquettes voor de verzetsstrijders Marcel Renard en Paul Gateaud aan de gevel zijn aangebracht.
Het postkantoor is nog altijd in gebruik, maar een groot deel van het gebouw heeft inmiddels een nieuwe bestemming gekregen als het viersterrenhotel Panorama 360. Op het dak bevindt zich de SKYBAR Le 360, waar je terecht kunt voor een panoramisch uitzicht over Mâcon, de Saône en bij helder weer zelfs de Mont-Blanc.
9. Musée des Ursulines
In het hart van de stad Mâcon is in het voormalig klooster van de zusters Ursulinen het musée des Ursulines gevestigd. De Ursulinen werden in 1615 door bisschop Gaspard Dinet naar Mâcon geroepen. Zij leidden de opvoeding van de plaatselijke adel en bourgeoisie.
Na het vertrek van de Ursulines werd deze plaats een gevangenis. Nu is het een museum met een permanente collectie van kunstwerken van de oudheid tot aan moderne kunst. Ook vind je hier Hollandse en Vlaamse meesters. Minder bekend zijn de schilders uit de Bourgogne, maar ook hun schilderijen zijn zeer de moeite waard, zoals werken van de in Cormatin geboren landschapsschilder Armand Bernard.
In dit museum vind je tevens de expositie over Alphonse de Lamartine, met veel uitleg over zijn leven en zijn belang voor Frankrijk, zowel als dichter als politicus.
Musée des Ursulines
5 Rue de la Préfecture
71000 Mâcon
musée des Ursulines
Alphonse de Lamartine en Mâcon
Alphonse Marie Louis de Prat de Lamartine wordt op 21 oktober 1790 in Mâcon geboren in een katholieke, royalistische en adellijke familie. Hij brengt zijn jeugd door in Milly, een dorp aan de Saône tussen Cluny en Mâcon.
Deze beroemd geworden dichter en schrijver van romans en toneelstukken wordt gezien als de vader van de Franse Romantiek. Ook als staatsman heeft hij een belangrijke rol gespeeld en zich onder andere ingezet voor de afschaffing van de slavernij.
De heuvels van het zuidelijk deel van de Bourgogne met haar bijzondere landschap, hebben de Lamartine vaak geïnspireerd in zijn werk. Daarnaast waren zijn verschillende liefdesrelaties met vrouwen een grote inspiratiebron voor zijn poëzie. Alphonse was lid van de Académie de Mâcon. Lees hier het hele levensverhaal van de dichter, schrijver en staatsman Alphonse de Lamartine.
Académie de Mâcon
De Academie de Mâcon, Société des Sciences, Arts et Belles-Lettres, wordt in 1805 opgericht op een besluit van Napoleon. De Academie heeft tot doel “werk en publicaties aan te moedigen op het gebied van literatuur, wetenschap, kunst, geschiedenis, archeologie en andere intellectuele en culturele gebieden.” Zodanig organiseert het conferenties, tentoonstellingen, concerten en bundelt het zijn krachten met de stad Mâcon en andere verenigingen van Mâcon voor de organisatie van culturele evenementen.
De Academie van Mâcon is sinds 1947 ook de eigenaar van de Chapelle des Moins in Berzé-la-Ville, die haar dat jaar geschonken werd door Miss Evans, een Britse archeoloog en historicus van Middeleeuwse kunst, die het in 1947 had gekocht.
Bekende leden van de Académie de Mâcon:
Alphonse de Lamartine (1790-1869)
Pierre-Henri de Lacretelle, president van de Académie, dichter, schrijver van romans en toneelstukken (1815-1899) de dichter, schrijver van r
Henry Testot-Ferry, herontdekker van de Roche de Solutré (1826-1869)
Léon-Vivant Moissenet, een van de grondleggers van de geologische kaart van Frankrijk (1831-1906)
Émile Chateau, botanicus en vader van de fytosociologie
Gabriel Jeanton, historicus en etnograaf van Bourgogne-du-sud (1881-1943)
Émile Magnien, oprichter van het Lamartine Museum in Mâcon, conservator van de musea van Mâcon en Tournus
Raymond Oursel, historicus van Romaanse kunst (1921-2008)
bronnen
Saône-et-Loire; Philippe Ménager
Office du Tourisme
Bourgogne Magazine 1996
informatiepaneel bij pont Saint-Laurent
www.hotelmacon-panorama360.com
www.academiedemacon.fr
www.wikipedia.fr
meest recente blogs van zuidbourgogne.nl
Op ontdekkingstocht door CLUNY III
Cluny: ondergang van een abdij
Cluny: opkomst, macht en ondergang van een abdij
Van abdij naar paardenstal: de geschiedenis van de stallen van Cluny
Een duizend jaar oud mysterie in de abdijtuinen
De decanaten van Cluny: verborgen schakels in een middeleeuws machtsnetwerk
De wijnoogst van 2026: vroeg, droog en veelbelovend
Saint-Quentin in Bray: de kerk waar een schat gevonden is
Cluny, 11 augustus 1944: strijd, bombardement en bevrijding
Lys: een dorp van kunst en ambacht
Chevalier d’Éon: deel 2